Waterstof kan anders!

Grootouders voor het Klimaat: “Wat als we erg ons best doen…?”
Vragen aan prof. dr. Ad van Wijk, hoogleraar Future Energy Systems TU Delft.

Een e-mailbericht

Dag allemaal,

Iek de Pagter is mijn naam en scheikunde is mijn vak.

Op dinsdag 25 januari, van 19.30 – 20.30 uur, organiseren de Grootouders voor het Klimaat het webinar “Waterstof als schakel in de energietransitie”. Spreker is Prof. dr. Ad van Wijk, hoogleraar Future Energy Systems TU Delft.

Ik heb een vraag...

Er zijn twee manieren om waterstof af te scheiden uit een geschikte grondstof zonder dat er kooldioxide (CO2) bij vrij komt.

De ene methode kost ruim 7x zoveel elektriciteit als de andere.

Volgens die ene methode wil men een fabriek bouwen in Chemie Park Delfzijl (Groningen). Die fabriek moet 3000 tot 9000 ton waterstof per jaar gaan produceren.
Dit proces (elektrolyse) kost minimaal 40 MWh elektriciteit per ton waterstof. 

Met die andere methode draait er al een fabriek in Olive Creek, Hallam (Nebraska, USA). Die fabriek maakt 5000 ton waterstof per jaar en is aan het opschalen naar 65000 ton/jaar.  Dit proces (plasma-splitsing) kost minimaal 5 MWh elektriciteit per ton waterstof. 

De methode in Delfzijl kost dus bijna 8 x zoveel elektriciteit per hoeveelheid waterstof als de methode die in de Verenigde Staten wordt toegepast.

Mijn vraag:
Waarom maken we in Nederland geen waterstof op de meest schone en efficiënte manier, uit aardgas via plasma-scheiding?


Of denken we dat we zulke onbeperkte hoeveelheden elektriciteit kunnen opwekken met windmolens en zonnepanelen dat we er wel kwistig mee om kunnen springen? Een beetje verspilling (7x meer dan nodig is) is dan OK?

Toelichting:

Delfzijl:
Elektriciteitsgebruik: ~ 40 MWh/ton H2
Grondstof: 9 m3 drinkwater per ton waterstof. 
Bijproduct: 8 ton zuurstof per ton waterstof. 
Er zit al een petaton (10^15 ton) zuurstof in de aardatmosfeer.
Een beetje erbij kan geen kwaad. Maar we hebben er al genoeg van.

Olive Creek:
Elektriciteitsgebruik: ~ 5 MWh/ton H2
Grondstof: 4 ton methaan (aardgas, biogas) per ton waterstof (1 m3 CH4 per m3 H2)
Bijproduct: 3 ton (zeer zuivere) koolstof per ton waterstof. 
Er zit al een teraton (10^12 ton) koolstof in de aardbodem (als steenkool).
Een beetje erbij kan geen kwaad. Maar het wordt nuttig gebruikt als 'carbon black' in autobanden, als 'toner' voor laserprinters en kan ook worden gebruikt als bodemverbeteraar en nieuwere toepassingen. 

De chemie achter de processen:
De standaard vormingsenthalpie (kJ/mol) is de hoeveelheid energie die nodig is voor de splitsing in de elementen *) 

Delfzijl:  
2H2O > 2H2 + O2    -285,8 kJ/mol H2O of  143  GJ/ton H2 of 39,7 MWh/ton H2

Olive Creek: 
CH4 > C + 2H2   -74,9 kJ/mol of 18,7 GJ/ton H2 of 5,2 MWh/ton H2


*)  1 mol H2O = 18 gram; 1 mol CH4 = 16 gram
mega=10^6 (miljoen); giga=10^9 (miljard); tera=10^12;  peta= 10^15
MWh = MegaWattuur; kJ =  kiloJoule; 1 kJ/gram = 1 GJ/ton; 1 MWh = 3,6 GJ
Plasma lijkt efficiënter te zijn dan elektrolyse, kun je dat beamen…?
Prof van Wijk (TU Delft): “Zet nou een methaanpyrolyseplant op dat gasplatform…”

Zie ook het bericht Groen aardgas

Groen aardgas

Krijgt groene waterstof uit aardgas een kans?

Sinds alles wat uit de natuur komt het stempel ‘groen’ heeft gekregen, wordt de discussie over energie en klimaat verrijkt met allerlei kleuren. Groen is goed en grijs is fout. En alles daartussen krijgt ook een kleurtje.

Groen gas

Het begon allemaal met ‘groen’ gas. Daarmee werd gas aangeduid dat afkomstig is uit biogasinstallaties, zoals rioolzuiveringsinstallaties en mestverwerkingsinstallaties bij veeteeltbedrijven. Dat afval zou anders toch wel in de natuur zijn omgezet tot kooldioxide (CO2). Dus ‘leen’ je het even van de natuur als ‘schone’ brandstof en noem je het ‘groen’ en ‘duurzaam’. Dat is beter dan aard-gas uit de diepte halen en verbranden.

Aardgas komt niet ‘uit de natuur’ maar diep uit de grond en heet daarom ‘grijs’. Grijs is fossiel en slecht voor het klimaat.

Grijs gas

Al vele jaren kunnen consumenten kiezen tussen groen en grijs gas bij hun energieleverancier. Je kunt het verschil niet ruiken of zien, maar ‘groen’ geeft een gevoel van ‘goed bezig zijn’. Aardgas is ‘grijs’ en dus de mindere van de twee.

Wat je verbrandt is methaan en dat is reukloos en kleurloos. Voor de herkenbaarheid wordt er een vies geurtje bijgemengd. Maar methaan blijft methaan, of het nu uit de diepe ondergrond komt als aardgas, of van een biogasinstallatie. Bij verbranding van ‘biogas’ komt evenveel kooldioxide (CO2) vrij als bij de verbranding van aardgas. En het is CO2 in de atmosfeer waar het bij klimaatverandering om draait.

Biogas zou dus eigenlijk niet ‘groen’ of ‘duurzaam’ mogen heten. Dat is een vorm van ‘groenwassen’, een activiteit die veelvuldig door reclamemakers wordt bedreven.

Kleurrijke waterstof

Intussen is de energiediscussie vertroebeld met diverse kleuren waterstof: grijs, blauw, turquoise en groen. Wat is het verschil?

Ook waterstof is een kleurloos en reukloos gas. Dat zat 70 jaar geleden al in het stadsgas en maakte daar ongeveer de helft van uit. De rest was voornamelijk koolmonoxide.

Sinds de opkomst van aardgas, eind jaren 60 van de vorige eeuw, wordt waterstof vrijwel uitsluitend in de chemische industrie gebruikt en het is dus niet verwonderlijk dat de raffinaderijen van de grote oliemaatschappijen een monopolie hebben op de productie van waterstof.

Grijze waterstof – uit stoom en aardgas (SMR)

De traditionele manier van waterstofproductie is de ‘omvorming’ of ‘reformering’ van de grondstoffen stoom en aardgas tot waterstof en kooldioxide. Steam Methane Reforming (SMR) heet dat. Het gebeurt in olieraffinaderijen die al sinds WO II met dit soort processen vertrouwd zijn. Het is een ingewikkeld – maar helemaal geperfectioneerd – proces dat in drie stappen verloopt en neerkomt op de volgende reactievergelijking:

2H2O + CH4 > 4H2 + CO2
stoom + methaan geeft waterstof + kooldioxide

Om de vereiste hoge procestemperatuur te bereiken wordt extra aardgas verbrand:

CH4 + 2O2 > 2H2O + CO2
methaan + luchtzuurstof geeft water + kooldioxide

Waterstof die op deze manier wordt gemaakt wordt ‘grijs’ genoemd omdat het uit een fossiele brandstof wordt gemaakt. De waterstof wordt hierbij gewonnen uit twee grondstoffen. Zowel het water als het methaan levert een deel van de geproduceerde waterstof.

Groene waterstof – splitsen van water

Als tegenhanger van het traditionele en zeer veel CO2 producerende SMR-proces wordt door velen een toekomst voorzien waarin waterstof uitsluitend wordt geproduceerd uit de grondstof water. En wel via elektrolyse van (gezuiverd) water. Daarbij wordt elektrische stroom door water geleid, dat daarbij in waterstof en zuurstof ontleedt. Omdat dit proces CO2-vrij verloopt kreeg de zo verkregen waterstof het stempel ‘groen’.
De reactievergelijking is eenvoudig:

2H2O > 2H2 + O2
water geeft waterstof + zuurstof

Waterstof kan ook uitsluitend uit die andere grondstof worden gewonnen: uit methaan. Zolang daar geen CO2 bij vrijkomt is dat even ‘groen’.

Als methaan – buiten de aanwezigheid van water – wordt gesplitst in de elementen waterstof en koolstof, dan is dat dus ook een manier om ‘groene’ waterstof te maken:

CH4 > 2H2 + C
methaan geeft waterstof + koolstof

Het proces waar het om gaat is al decennia lang bekend als ‘methaanpyrolyse’ (letterlijk: ‘kraken met vuur’). Maar er was vanuit de aardolie industrie geen belangstelling voor zolang CO2 kosteloos in de atmosfeer kan worden geloosd. Waarom zou je de helft van je aardgas (het koolstofdeel) onbenut laten als dat deel ook waterstof levert in reactie met water?

C + 2H2O > 2H2 + CO2
koolstof + water geeft waterstof + kooldioxide

Blauwe waterstof – SMR plus CO2 afvang en opslag (CCS)

Ook olieraffinaderijen wisten dat er een alternatief moest komen voor SMR, maar zochten dat liever in eigen huis. Doorgaan met de eigen patenten op het traditionele SMR-proces en dit koppelen aan gesubsidieerde afvang van CO2 is de beste manier om mee te gaan in de maatschappelijke trend naar ‘schonere productie’. Vervolgens moet deze CO2 dan worden opgeslagen in aardlagen waar het aardgas eerder was uitgehaald. Deze CO2– afvang en -opslag wordt aangeduid met de Engelstalige afkorting CCS (Carbondioxide Capture and Storage) .

Nederland, met een industrievriendelijke overheid, zou ook dit project, SMR+CCS, wel willen subsidiëren. De reclameafdeling had er al een kleur voor: ‘blauwe waterstof’. Niet echt groen natuurlijk, want die afvang lukt, om het betaalbaar te houden, maar voor 70%. Maar het bekt toch beter dan ‘grijs’.

Turquoise waterstof – splitsen van methaan

Uit landen als Duitsland en Frankrijk, landen zonder enorme aardgasbellen én lege gasvelden, zoals Nederland, UK en Noorwegen, kwamen geluiden om toch maar eens beter naar methaanpyrolyse te kijken.

In Duitsland, een land zonder veel aardgas, lijkt methaanpyrolyse een zinnig alternatief voor de op steen- en bruinkool gebaseerde industrie. Uit Duitse hoek kwam dan ook het voorstel om waterstof uit methaanpyrolyse dan maar ’turquoise’ te noemen. Iets tussen groen en blauw. Niet echt groen, want gemaakt uit grijs aardgas, maar lang niet zo slecht als blauwe waterstof.

Spraakverwarring door kleurverwarring

Hier begint het kleurenverhaal van waterstof verwarrend te worden voor de gemiddelde burger. En ook voor de gemiddelde politicus.

In de Kabinetsvisie waterstof (30 maart 2020) van de huidige regering komt het woord ‘pyrolyse’ maar twee keer voor. Bij de 163 schriftelijke vragen die de Tweede-Kamer-leden naar aanleiding van deze visienota hadden gesteld, zat maar één vraag over pyrolyse:

Vraag 33: Waarom is in de kabinetsvisie niet ingegaan op andere vormen van waterstofproductie, zoals pyrolyse?

Het korte, maar in het geheel niet onderbouwde, antwoord van minister Wiebes van ‘Economie en Klimaat’:

De kabinetsvisie stelt expliciet dat waterstof staat “voor een breed scala aan mogelijkheden en technologieën”. In de tekst wordt bij de passage over financieel instrumentarium en bij de passage over onderzoek en innovatie ingegaan op andere vormen van waterstofproductie. Daarbij wordt aangegeven dat innovatieve technieken zoals pyrolyse zich in het algemeen nog in de onderzoeks- en demonstratiefase bevinden.

Hierbij negeert de minister dertig jaar van wetenschappelijk onderzoek naar en technologische ontwikkeling van methaanpyrolyse voor waterstofproductie. Terwijl methaanpyrolyse voor de productie van ‘carbon black’ al sinds twintig jaar op industriële schaal wordt toegepast.

[Update 2021: In de Kabinetsreactie op het rapport ‘Waterstof: de ontbrekende schakel’ van de ‘Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (19 mei 2021) wordt methaanpyrolyse met dezelfde bewoordingen afgedaan.]

In Olive Creek, Nebraska, USA staat een fabriek die jaarlijks 5000 ton waterstof en 15000 ton carbon black produceert via het plasmaproces voor methaanpyrolyse, terwijl een fabriek met een capaciteit van ruim 60000 ton waterstof per jaar in aanbouw is.

De reden van deze omissie laat zich raden. Als het om waterstof gaat zien de minister van Economie en Klimaat – en zijn adviseurs – slechts twee opties. Eén voor De Economie en één voor Het Klimaat. Een minister van Economie en Klimaat staat in een spagaat …

1. De Economie-optie is om de huidige waterstofproducenten (de aardolieraffinaderijen in de Rijnmond) in de gelegenheid te stellen door te gaan op de oude voet: waterstofproductie uit aardgas via het ‘reformeringsproces’ (steam methane reforming, SMR). De overheid subsidieert daarbij de afvang van CO2 en de opslag daarvan in lege aardgasvelden op de Noordzee. Dat heet CCS (Carbon Capture and Storage). Zodat Nederland een toekomstige rol kan spelen als internationale afvoerput voor afgevangen CO2 en de industrie nog even langer door kan gaan met ‘business as usual’. De ‘grijze’ waterstof die uit de raffinaderij komt gaat dan ‘blauwe waterstof’ heten en wordt als ‘duurzaam’ verkocht. Blauw is goed voor De Economie.

2. De Klimaat-optie is waterstof uit water, via electrolyse. Daarbij wordt water gesplitst in de elementen waterstof en zuurstof. Bij dat proces komt geen CO2 vrij, dus mag het product ‘groene waterstof’ heten. Groen is goed voor Het Klimaat

In de derde optie, methaanpyrolyse, ziet de industrie geen brood (want turquoise wordt niet gesubsidieerd) en de klimaatbeweging ook niet (want turquoise lijkt teveel op blauw).

Het belangrijkste bezwaar tegen ‘groene waterstof’ uit water is dat de afsplitsing van waterstof uit water 7½ keer zoveel energie kost als de afsplitsing van waterstof uit methaan.

Voor waterelectrolyse kan alleen elektriciteit worden gebruikt. Elektriciteit wordt voorlopig echter nog grotendeels opgewekt door verbranding van steenkool en aardgas. Dus electrolyse-waterstof is niet groen zolang er onvoldoende groene (CO2-vrij opgewekte) elektriciteit beschikbaar is.

Zoals in een recent artikel in de NRC [9 augustus 2020] wordt betoogd is in de Kabinetsvisie Waterstof geen realistisch scenario geschetst hoe er voldoende ‘duurzame’ (CO2-vrij opgewekte) elektriciteit kan worden geproduceerd om aan de toekomstige vraag te voldoen als waterstof uit water moet worden gewonnen.

Dat gebrek aan ‘groene’ elektriciteit zou toch moeten leiden tot een beleid waarbij wordt gezocht naar een proces van waterstofwinning dat minder elektriciteit vraagt?

Plasma pyrolyse

Methaansplitsing via het plasmaproces is een van de drie manieren van methaanpyrolyse. Dit proces wordt al op industriële schaal toegepast. Het proces gebruikt een elektrische vlamboog om het methaan tot een zodanig hoge temperatuur te verhitten dat een ‘plasma’ ontstaat waarin de atomen hergroeperen tot de gewenste eindproducten. Onder de juiste omstandigheden ontstaan voornamelijk waterstof, zuivere koolstof en kleine hoeveelheden lagere koolwaterstoffen (met 2 koolstofatomen). Die laatste bijproducten moeten eventueel nog van de waterstof worden gescheiden. Afhankelijk van wat daar verder mee gebeurt (recyclen of verbranden) is het plasmaproces net niet 100% CO2 vrij.

De grootste producent van waterstof uit methaanpyrolyse (Monolith Corporation) geeft het volgende plaatje waarin grijze, blauwe, turquoise en groene waterstofproductie met elkaar worden vergeleken. Ook hier wordt biogas (‘RNG’) ten onrechte aangemerkt als CO2 neutraal, waardoor de laatste optie – pyrolyse van biogas – tot schijnbaar negatieve CO2-uitstoot leidt:



De twee andere methoden van methaanpyrolyse worden nog niet op industriële schaal toegepast: ’thermische pyrolyse’ in traditionele reactoren en pyrolyse in zonne-ovens.

Thermische methaanpyrolyse

Bij ’thermische pyrolyse’ wordt de traditionele manier van verhitting van het reactorvat gebruikt om de vereiste reactietemperatuur van 800 tot 1000 graden Celsius te bereiken. Voor de verwarming wordt dan meestal een brandstof (bijvoorbeeld aardgas of waterstof) ingezet. Er worden katalysatoren gebruikt om de vereiste reactietemperatuur, en daarmee het energiegebruik, te verlagen. Maar dat gaat nog steeds met technische problemen gepaard.

In Australië, Duitsland (BASF) en Nederland (TNO) wordt onderzoek en ontwikkeling gedaan om deze methode van pyrolyse op te schalen.

Methaanpyrolyse in zonne-ovens

Als roepende in de woestijn zijn sommige onderzoekers al decennia bezig met de ontwikkeling en promotie van zonne-ovens voor methaanpyrolyse. Dat zou een geschikte technologie zijn voor gebieden als Noord-Africa, waar zowel veel zon als veel aardgas beschikbaar is. Voor Nederland is dat letterlijk een stap te ver.

Maar in de Pyreneeën staat al vijftig jaar een zonne-oven die voor dit onderzoek werd gebruikt.

De zonne-oven te Odeillo in de Franse Pyreneeën (wikipedia)

Het energiediagram van Rodat (2010) geeft een goede indruk van deze mogelijkheid van methaanpyrolyse:

Klik voor vergroting

Methaanpyrolyse in de toekomst

Waterstof uit aardgas kan tijdens de energietransitie (en geruime tijd daarna) worden gebruikt als CO2-vrij alternatief voor steenkool en aardolie. Aan aardgas kleeft niet het bezwaar dat geldt tegen andere fossiele brandstoffen, namelijk dat al het gebruik er van CO2 oplevert. Maar aardgas is alleen ‘goed voor het klimaat’ als het dient als grondstof voor methaansplitsing en niet voor gebruik als brandstof.

Bij alle gebruik van aardgas moet rekening worden gehouden met de manier waarop het wordt gewonnen. Met name bij aardgas uit Rusland blijkt de zorg voor verlaten aardgasputten zo ver onder de maat dat onnodig veel aardgas weglekt naar de atmosfeer.

Als die lekkage in rekening wordt gebracht bij het wereldwijde gebruik van aardgas, dan komt aardgas er minder goed van af dan zou kunnen in vergelijking met waterstofproductie uit water. Maar voor die aardgaslekkage zijn technische oplossingen voorhanden.

De weg naar een CO2-vrije energievoorziening is duidelijk.

Met steenkool moet onmiddellijk worden gestopt, want die brandstof is niet essentieel voor de elektriciteitsopwekking. Aardgas zou in plaats daarvan (voorlopig) moeten worden ingezet voor elektriciteitsopwekking (in STEG-installaties die de warmte met een rendement van 60% omzetten in elektriciteit). Daarmee zou de CO2-uitstoot worden gehalveerd in vergelijking met het gebruik van steenkool.

Het gebruik van aardolie zou zo snel mogelijk moeten worden afgebouwd als ‘primaire’ brandstof voor de transportsector. Elektrisch rijden of rijden, varen en vliegen op waterstof zou CO2-vrij kunnen zijn, mits die elektriciteit en waterstof ook CO2-vrij worden geproduceerd.

CO2-vrij opgewekte elektriciteit en CO2-vrij geproduceerde waterstof zijn de beste alternatieven voor het huidige gebruik van fossiele en andere koolstofhoudende brandstoffen. En dat moet snel gebeuren. Het klimaat van de (nabije) toekomst staat op het spel.

Methaanpyrolyse moet door de politiek niet als een doekje voor het bloeden worden afgedaan, maar verdient intensieve ondersteuning van de politiek en positieve aandacht van de media.

In ‘de markt’ bestaat geen enkele stimulans voor energiebedrijven om (tijdelijk) ‘duurder’ te produceren, zolang CO2 lozen (vrijwel) gratis is.

In mei dit jaar [2020] schreef ik een gedocumenteerd stuk over methaanpyrolyse voor de website Bio Based Press (tevens gepubliceerd op Renewable Carbon News), waarnaar ik hier nu voorlopig naar verwijs:
Methaanpyrolyse maakt grijs aardgas groen
Methane pyrolysis turns a grey resource into a green one

Bewezen voorraden aardgas

Landen met een grotere voorraad dan Nederland in miljard kubieke meter per 1-1-2018.
Bronnen: US EIA, OPEC, BP

LandVoorraad (US EIA)Voorraad (OPEC)Voorraad (BP)
Rusland478055061735000
Iran337213381033200
Qatar240722386124900
USA1548490678700
Saoedi Arabië920087158000
Turkmenistan7504983819500
UAE609160915900
Venezuela574057076400
Nigeria547556275200
China544029345500
Algeria450445044300
Irak382037443500
Indonesië286628662900
Mozambique2832
Kazakhstan240718981100
Egypte218622211800
Canada205620591900
Australië198931733600
Oezbekistan184115641200
Koeweit178417841700
Noorwegen178223141700
Libië150515051400
India129012891200
Malaysia118329092700
Oekraïne11043041100
Azerbeidzjan 99112271100
Nederland801804700
Vietnam699203600
Oman651884700
Myanmar6372731200

Nieuw IPCC rapport alarmerender dan voorgaande

Dit rapport is ‘code rood voor de mensheid‘ zegt António Guterres, Secretaris-generaal van de Verenigde Naties. ‘Niemand is veilig’ waarschuwt Inger Andersen, directeur van het VN-Milieuprogramma (UNEP) tijdens de persconferentie bij de presentatie van rapport AR6WGI van het IPCC.

Video van de persconferentie op maandag 9 augustus 2021 10:00-11:30 in Zwitserland

Al weer acht jaar geleden bracht het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) de vijfde samenvatting uit over de stand van de klimaatwetenschap. Nu is de 6de keer sinds het eerste rapport van de werkgroep, 31 jaar geleden. De boodschap is dringend.

Het nieuwe Assessment Report van Werkgroep I van het IPCC (kortweg AR6WGI) belicht de wetenschappelijke basis voor de komende rapporten. Het ruim 4000 pagina’s tellende rapport bevat ruim 700 pagina’s met literatuur referenties, met ieder zo’n 25 referenties per pagina.

Ik heb me als taak gesteld die weer in een toegankelijk database op deze website op te nemen.

De eerste versie die op 9 augustus 2021 publiek werd gemaakt, moet alsnog nader worden bewerkt tot een ‘finale’ versie. De huidige tekst bevat nog regelnummers en pagina’s vol aanvullingen en verbeteringen. ‘ACCEPTED VERSION SUBJECT TO FINAL EDITS’ staat er breeduit op elke pagina. De ‘finale versie’ wordt niet voor november verwacht. [Update januari 2022: de finale versie is er nog steeds niet].

Ook uit dit rapport wil ik de literatuurreferenties beter toegankelijk maken, zoals ik deed met de vorige IPCC-rapporten sinds AR5WGI.
Het merendeel van de referenties heeft nu een digital object identifier (DOI), wat deze taak al makkelijker maakt. Ook werd consequenter een uniforme richtlijn gevolgd voor de weergave van literatuurreferenties.

Ik ga het eerst aan de slag met hoofdstuk 5: Global carbon and other biogeochemical cycles and feedbacks. Dit hoofdstuk bevat ‘hete hangijzers’ zoals paleoclimate information, feedbacks, abrupt climate change en geoengineering, waarover de laatste 8-10 jaar veel nieuws is gepubliceerd.

Inger Andersen, directeur van het VN-Milieuprogramma (UNEP) tijdens de IPCC persconferentie op 9 augustus 2021

Toelichting tabel Alle IPCC Rapporten

Toelichting tabel ‘Alle IPCC Rapporten’

De IPCCref bestaat uit rapport, hoofdstuk en referentievolgnummer.
Bijvoorbeeld SROCC-CH03-1 is de eerste referentie van hoofdstuk 3 van rapport SROCC.

Popup Venster

Met een klik op het groene pictogram kunnen de details van een publicatie in een popup venster worden bekeken.
Van iedere publicatie wordt ofwel de eerste auteur (Leadauthor) ofwel de publicerende instelling (Institute) weergegeven. Verder wordt de inhoud van de velden Year (jaar van publicatie), Title, CoAuthors, Artref (tijdschrift, aflevering, bladzijden) en DOI (Digital Object Indentifier) getoond.
Wanneer een DOI aan een publicatie is toegevoegd, wordt ook een link getoond naar de samenvatting op de website van de tijdschriftuitgever (Abstract) en een link naar het complete artikel via de website sci-hub.se (PDF).

De tabel is gesorteerd op rapport (IPCCrep) + hoofdstuk (IPCCch) + referentievolgnummer (IPCCrefnr).

Andere sorteringen zijn mogelijk door op een kolomkop te klikken.

Via het zoekveld (Search) kan worden gezocht naar een (deel)woord of strofe in alle velden.
Dus ook in de velden die alleen in het popupvenster worden getoond (Institute, CoAuthors, Artref en DOI).

Voorbeelden:
‘World Bank’ voor rapporten uitgegeven door de Wereldbank.
‘van Vuuren’ voor artikelen met van Vuuren in veld Leadauthor of in veld CoAuthors.
‘Nature Climate Change’ voor artikelen uit het tijdschrift met deze naam.
‘SR15-CH02’ voor alle referenties bij hoofdstuk 2 van rapport SR15.

Terug naar tabel Alle IPCC Rapporten.

De Aarde en haar levensvormen

Gedurende het schooljaar 1958-1959 zat ik in de tweede klas van de HBS op het Christelijk Lyceum voor Zeeland. Van geld dat ik kreeg voor mijn dertiende verjaardag (31-12-1958) kocht ik bij de boekhandel in Goes een tweedelige Prisma pocket voor een rijksdaaalder (ƒ 2,50):

Het was de Nederlandse vertaling van een boek van Gustav Fochler-Hauke und Helmut Bibow:
“Am Anfang schuf Gott Himmel und Erde” (1956)

Mijn aardrijkskundeleraar, de heer Switters, was een goede verteller. Aanschouwelijk liet hij zien hoe bergen zijn gevormd. Hij had een gerimpelde appel meegenomen als model van de Aarde. Volgens hem was de Aarde gekrompen omdat deze langzaam afkoelde. Bij krimp komen er rimpels in de aardkorst, net zoals een oude appel krimpt en rimpelt. Hij deed zijn colbertjasje uit en legde dat op tafel. Door zijn jas aan één kant op te duwen en aan de andere kant vast te houden, liet hij zien hoe rimpels ontstaan en ook weer over elkaar heen kunnen rollen. Net zoals aardlagen soms over elkaar heen zijn gekruld.

Zijn verhaal werd bevestigd door wat ik in dit boek las (deel 1, blz 92). De meest gangbare theorie over gebergtevorming in de vijftiger jaren van de vorige eeuw was nog steeds de oude ‘contractietheorie’ van Dana (On the Origin of Mountains, 1873) en Suess (Die Entstehung der Alpen, 1875), die de heer Switters aanschouwelijk had verduidelijkt. Maar dit boek noemt ook een andere theorie, die van Ampferer (1925), “volgens welke de oorzaken van de vorming der plooiingsgebergten in stromingsprocessen in het magma gezocht moeten worden, in uitwisselingsprocessen tussen sial en sima, waarop tenslotte ook de verschuivingstheorie van de continenten volgens Wegener berust“.
De oceaanbodem bestaat voornamelijk uit silicium en magnesium (SiMa, basalt). De continenten bestaan voornamelijk uit silicium en aluminium (SiAl, graniet)

Bron: Otto Ampferer, “Über Kontinentverschiebungen”, Naturwissenschaften 13, 673 (1925)

Alfred Wegener had al in 1912 opgemerkt dat de vorm van Zuid_Amerika en die van Afrika mooi op elkaar aansluiten. Alsof ze ooit tegen elkaar aan hebben gelegen en uit elkaar zijn gedreven.

Maar dat uiteen drijven was in strijd met de contractietheorie.

Onze aardrijkskundeleraar zal het wel moeilijk hebben gehad met de theorie van Wegener, want hij moest als leraar op een christelijke school al weerwoord geven tegen opvattingen dat de Aarde volgens de Bijbel niet ouder kon zijn dan zo’n 6000 jaar. Dat sindsdien de Aarde iets was afgekoeld en gekrompen, ging er als verklaring beter in, dan een verhaal over continenten die duizenden kilometers zijn verschoven na de Schepping op 22 oktober 4004 voor Christus. Zo snel had het vast niet kunnen gaan.

In 1958 was ik nog erg verlegen en haalde het niet in mijn hoofd een leraar tegen te spreken. Maar ik dacht er wel het mijne over: “Ik speur zelf wel verder in boeken naar wat ‘waar’ is”.

En dit was een goed boek. Het liet duidelijk zien waar onzekerheden lagen, welke waarheden onomstreden waren en welke ‘waar’-nemingen nog lang niet eenduidig waren verklaard.

Zo begon mijn zoektocht naar de kennis over de Aarde en haar levensvormen op een moment dat nog niet bekend was hoe lang die Aarde bestond. Maar in de wetenschap was men het er inmiddels over eens dat dat minstens een paar miljard jaar zou moeten zijn. Nauwkeurige meetmethoden om de ouderdom van gesteenten te bepalen moesten in de vijftiger jaren nog worden ontwikkeld. Dus er was nog veel onzeker en speculatief.

De Geologische Tijdschaal 65 jaar geleden (Klik voor vergroting)